Delen
28 juni: Dag van de Digitale Toegankelijkheid

Digitale drempels laten bezoekers Nederlandse websites struikelen

24 juni 2026

Dante Göbbels ziet dat de toepassing van de WCAG-standaard voor toegankelijkheid bij veel commerciële websites achterblijft, ondanks Europese wetgeving.

Foto:
Foto: Pexels/Ron Lach

Göbbels onderzocht op welke barrières websitebezoekers stuiten, van ontoegankelijke formulieren en slecht contrast tot ontbrekende alt-teksten voor afbeeldingen (belangrijk voor blinden en slechtzienden) en toetsenbordonvriendelijke navigatie. Zijn belangrijkste aanbevelingen zijn meer bekendheid, meer training én meer handhaving.

De belofte was dat digitalisering alles makkelijker zou maken, aldus Dante Göbbels, maar in plaats daarvan fungeren websites voor veel mensen juist als digitale muur. De 28-jarige onderzoeker analyseerde duizenden Nederlandse websites en ontdekte dat vooral bedrijven ver achterlopen qua toegankelijkheid van hun diensten. Göbbels voerde het onderzoek uit samen met Henk de Vries en Robert van Wessel van de Rotterdam School of Management, onderdeel van de Erasmus Universiteit.

Göbbels voert tegenwoordig promotieonderzoek naar het innovatie-ecosysteem van de Brainportregio, onder begeleiding van Marcel Bogers en Arjan Markus van de faculteit Industrial Engineering & Innovation Sciences. Daarbij kijkt hij onder meer naar de rol van sociaaleconomische achtergrond in de loopbanen van technisch opgeleide afgestudeerden.

“Analyseren wie er wel of niet kunnen meedoen binnen systemen die ogenschijnlijk voor iedereen toegankelijk zijn, dat is misschien wel de rode draad in mijn onderzoek”, reageert hij op de vraag hoe beide onderzoeken zich tot elkaar verhouden.

Links die nergens heengaan en moeilijk leesbare teksten

Nederlandse websites bevatten gemiddeld 53,6 toegankelijkheidsfouten op hun homepage (tegen 23,6 op homepages van overheidssites). Dat blijkt uit van Göbbels. Daarbij gaat het overigens om automatische checks die niet alles weten te vinden. “Mogelijk zijn de werkelijke resultaten dus nog slechter”, zegt hij.

De meest voorkomende problemen zijn in elk geval: te weinig contrast tussen tekst en achtergrond (waardoor tekst moeilijk leesbaar is), ontbrekende alternatieve teksten bij afbeeldingen (waardoor schermlezers niets kunnen voorlezen), links en knoppen die nergens naartoe leiden en onduidelijke formulieren.

Dante
Dante Göbbels. Foto: Persoonlijk archief

Het probleem wordt nijpender nu steeds meer diensten uitsluitend digitaal worden aangeboden. Telefoonnummers en e-mailadressen verdwijnen van websites, vervangen door chatbots en formulieren. Wil je bij je energieleverancier je contract aanpassen? Moet online. Een pakket retourneren bij een webwinkel? Via het klantportaal. Klantenservice van je provider bereiken? Eerst door drie menu's en een chatbot. En dan maar hopen dat je wordt teruggebeld, zegt Göbbels. Als je buiten de grote middenmoot valt, loop je al snel tegen problemen aan.

Vastlopen door taalgebruik, handicap of trage verbinding

Toegankelijkheid gaat niet alleen over mensen die blind of slechtziend zijn, benadrukt Göbbels. Het raakt ook mensen met dyslexie of een lager scholingsniveau die vastlopen op ingewikkeld taalgebruik, ouderen die moeite hebben met kleine lettertypes, mensen met een tijdelijke beperking zoals een gebroken arm, of gebruikers met een trage internetverbinding in plattelandsgebieden.

“Opgeteld hebben meer dan 2,3 miljoen zelfstandig thuiswonende Nederlanders met een beperking er baat bij als een website of mobiele applicatie rekening houdt met digitale toegankelijkheid. Meer dan de helft van hen is 65-plusser”, verwijst Göbbels naar een van het ministerie van Binnenlandse Zaken uit 2019.

Internationale standaard

Het is overigens geen uniek Nederlands probleem. Maar liefst 96,8 procent van de miljoen populairste websites wereldwijd voldoet volgens van de Amerikaanse non-profit WebAIM niet aan de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG), een internationaal erkende toegankelijkheidsstandaard. Göbbels heeft voor zijn onderzoek naar Nederlandse websites het relevante gedeelte uit deze dataset gebruikt.

De  nieuwste versie van de WCAG-richtlijnen is overigens 2.2, maar Göbbels baseerde zijn onderzoek op het oudere WCAG 2.0. Dat is een bewuste keuze voor vergelijkbaarheid op grote schaal, in navolging van het jaarlijkse WebAIM-onderzoek naar de miljoen populairste websites wereldwijd, dat dezelfde meetbasis gebruikt. Nieuwere versies bevatten namelijk steeds meer onderdelen die een menselijke beoordeling vereisen. Prima voor een diepgaande audit van een afzonderlijke site, maar lastig als je op grote schaal geautomatiseerd wilt meten en vergelijken.

Afbeelding:

Wet, regel, eis of standaard?

De WCAG (Web Content Accessibility Guidelines) zijn al jaren de internationale meetlat voor digitale toegankelijkheid. Maar het zijn geen wetten. Europese regelgeving zoals de , stelt bredere toegankelijkheidseisen en werkt in de praktijk via normen als EN 301 549, die WCAG-criteria vertaalt naar concrete eisen voor digitale producten en diensten die binnen de wet vallen, zoals webshops, banken en telecombedrijven. Voor Nederlandse overheidswebsites gelden zulke eisen al sinds 2021 via het .

Afbeelding: Copilot

Onwetendheid, geen onwil

Opmerkelijk is dat het gebrek aan toegankelijkheid niet zozeer komt door onwil, maar door onwetendheid. De bekendheid van de WCAG-standaard moet omhoog, benadrukt Göbbels. Webbouwers en verantwoordelijken bij bedrijven hebben er vaak weinig ervaring mee. Dat komt vaker voor dan dat ze het opzettelijk negeren.

Het onderzoek identificeert meerdere oorzaken voor het gebrekkig toepassen van de WCAG-standaard. Ten eerste: veel bedrijven weten simpelweg niet van het bestaan van de richtlijnen, laat staan wat de voordelen ervan zijn voor hun organisatie. Ten tweede: wie de standaard wél kent, vindt deze vaak ingewikkeld en technisch. Ook is het lang niet altijd duidelijk welke zaken verplicht zijn.

Maak als drukbezette webontwikkelaar maar eens onderscheid tussen een ‘aanbeveling’, een ‘voorgestelde aanbeveling’ of een ‘kandidaat voor aanbeveling’. Een heldere vertaling naar concrete taken (bijvoorbeeld ‘zorg dat alle formulieren via het toetsenbord te gebruiken zijn’ of ‘zorg dat het contrast minimaal X:1 is’) ontbreekt vaak.

Ook blijft soms onduidelijk om welke versie van de richtlijnen het gaat en hoe deze verschilt van de voorgaande. De vertaling is nogal eens ondermaats en voorbeelden van vereiste programmeercode zijn in bepaalde gevallen achterhaald.

Canada en het VK lopen voorop

Bovendien ontbreken sancties. Hoewel de Europese Accessibility Act sinds juni 2025 ook bepaalde private bedrijven verplicht hun websites toegankelijker te maken, is handhaving minimaal. Van de overheidswebsites- en apps voldoet al wel 61 procent aan de geldende wetgeving, een grote verbetering ten opzichte van 39,6 procent aan het begin van 2024. Volledige toegankelijkheid (status A volgens het eigen van de overheid) blijft echter sterk achter: slechts 9 procent voldoet volledig aan de toegankelijkheidseisen.

De onderzoekers keken ook naar landen die beter presteren. Canada en het Verenigd Koninkrijk blijken koplopers. Canada heeft sinds 2019 de Accessible Canada Act, met forse boetes voor bedrijven die er met de pet naar gooien: tot 250.000 Canadese dollar. Het land investeert ook in voorlichting en praktische hulpmiddelen, zoals gratis toegankelijke webcomponenten voor ontwikkelaars.

In het VK geldt sinds 2010 de Equality Act, die discriminatie op basis van handicap verbiedt, ook digitaal. Hoewel er nog geen rechtszaken zijn geweest, heeft de dreiging van juridische stappen al effect gehad. Verschillende organisaties verbeterden hun websites na interventies van belangenorganisaties.

Oplossingen

De onderzoekers pleiten voor een driesporenaanpak. Allereerst bewustwording verhogen. De Kamer van Koophandel zou bijvoorbeeld informatie kunnen sturen naar alle geregistreerde bedrijven over webtoegankelijkheid en de WCAG, met uitleg over de regels en statistieken over de impact van ontoegankelijke websites, is de suggestie van Göbbels.

Dan is er de rol van onderwijs en training. IT-studenten zouden standaard moeten leren hoe ze de WCAG-standaard toepassen. En meer gerichte cursussen voor professionals. De overheid zou webinars kunnen organiseren om webontwikkelaars te trainen, zegt Göbbels. En in Canada is er al een  met kant-en-klare toegankelijke componenten. Zoiets zou er ook in het Nederlands moeten komen.

Ten derde, en volgens Göbbels cruciaal: handhaving. Wetgeving alleen werkt niet. Die moet gepaard gaan met sancties én ondersteuning voor organisaties om digitale toegankelijkheid te verbeteren. Hij wijst erop dat het risico op een rechtszaak nu te laag is om bedrijven tot actie aan te zetten.

‘Curb cut effect’

Met de vergrijzing neemt het aantal mensen dat moeite heeft met digitale diensten alleen maar toe, is de verwachting. Tegen 2050 zal naar verwachting 30 procent van de EU-bevolking ouder zijn dan 65 jaar. En naarmate meer diensten uitsluitend digitaal worden aangeboden, groeit de urgentie.

Toch is er ook reden voor optimisme. Het onderzoek sluit af met de vaststelling dat toegankelijk ontwerp vaak leidt tot innovaties die iedereen ten goede komen. In de digitale wereld zie je dat onder meer terug in ondertiteling (van oorsprong bedoeld voor doven), schermlezers en spraakherkenning.

Er bestaat zelfs een term voor dit gegeven: het ‘curb cut effect’ (in goed Nederlands het trottoirverlaging-effect, wat toch lastiger van de tong rolt).  Het verlagen van trottoirs gebeurde aanvankelijk om rolstoelgebruikers tegemoet te komen, maar bleek al snel ook enorm nuttig voor mensen met kinderwagens, koffers of boodschappenkarretjes. Göbbels: Als je ontwerpt voor mensen met beperkingen, maak je vaak iets dat beter werkt voor iedereen”.

Dag van de digitale toegankelijkheid

  • Zondag 28 juni 2026 is de Dag van de Digitale Toegankelijkheid. Die datum is niet toevallig gekozen: precies een jaar eerder trad de Europese Toegankelijkheidswet (EAA) in werking. Ondanks de nieuwe regels lopen veel Nederlanders volgens de betrokken instanties nog steeds geregeld vast op websites, apps en andere digitale diensten.

Mediacontact

Het laatste nieuws

Blijf ons volgen