Watercouveuse vergroot mogelijk overlevingskansen van extreem vroeggeboren baby’s
Extreem vroeggeboren baby's kunnen niet zelfstandig ademen of zichzelf warm houden en worden de eerste weken van hun leven behandeld in een beschermende couveuse. Het zou beter zijn als deze baby’s nog even in hun moeders buik konden blijven, maar als dat niet gaat, hebben onderzoekers van de faculteit Biomedical Engineering the next best thing: een watercouveuse.
De watercouveuse bootst zo goed mogelijk de natuurlijke omgeving na. Het is er warm, baby’s blijven onder water en krijgen zuurstof en voeding via de navelstreng. Zelfs hun moeders hartslag is er te horen.
Als het kind een maand lang kan groeien in deze watercouveuse, stijgen naar verwachting de overlevingskansen van zestig procent (voor kindjes geboren met 24 weken) tot negentig procent, vergelijkbaar met die van een vroeggeborene van 28 weken.
‘Na de geboorte blijft het kindje de navelstreng houden, die wordt aangesloten op de kunstplacenta’, vertelt Myrthe van der Ven, als technisch geneeskundige verbonden aan de ºÚÁϸ£ÀûÍø en co-founder van start-up AquaWomb. Deze kunstplacenta is een miniatuurversie van de hart-longmachine die wordt gebruikt om volwassen patiënten tijdens operaties te laten ademen en ervoor te zorgen dat het hart blijft kloppen.
‘Dat betekent dat het hart van het kind zelf het bloed kan rondpompen in het circuit, zonder dat we een extra pomp nodig hebben. Dat is baanbrekend.’
Technologie biedt premature kindjes een zo natuurlijk mogelijke start
Van der Ven benadrukt dat de watercouveuse een alternatief is voor de huidige couveuse en geen vervanging van de baarmoeder. ‘We richten ons op baby’s die tussen de 24 en 28 weken geboren worden, de wettelijke grens voor medische behandeling bij vroeggeboortes in Nederland.’
De technologie van de watercouveuse biedt baby’s een zachter en natuurlijker alternatief voor een couveuse waarin het kind via buisjes gevoed wordt en aan een beademingsapparaat ligt. ‘Beademing is nodig omdat de longen niet rijp zijn, maar de druk van het apparaat maakt ook weefsel kapot. De kans op een blijvende handicap bij extreme vroeggeboorte rond 24 weken is ongeveer zestig procent.’
‘Onze watercouveuse kan veel betekenen voor extreem vroeggeboren kindjes’
Myrthe van der Ven
‘Doordat we invasieve beademing kunnen vermijden met de watercouveuse, hopen we hersenbloedingen en schade aan de longen te voorkomen’, legt Van der Ven uit.
‘In eerste instantie zal de transfer naar de watercouveuse plaatsvinden via een keizersnede, omdat dat beter te plannen is. Op termijn hopen we dat het ook met een vaginale bevalling kan. We willen het juist zo natuurlijk mogelijk houden, zodat de moeder niet onnodig een operatie hoeft te ondergaan.’
Fysieke en emotionele binding
De grootste meerwaarde van de watercouveuse is dat de omgeving van de baarmoeder zo goed mogelijk wordt nagebootst, zodat het kindje zich kan ontwikkelen zoals in de baarmoeder.
Dat het kindje niet aangeraakt kan worden, ervaren ouders als lastig, maar noodzakelijk voor het beste herstel van het kind. De onderzoekers verkennen manieren om het contact tussen kind en moeder, en mogelijk ook andere verzorgers, te faciliteren omdat dat belangrijk is voor de emotionele binding en voor de hersenontwikkeling.
‘We onderzoeken alternatieven voor ouder-kindcontact, zoals microfoons, speakers, camera's en het teruggeven van bewegingen van de moeder. We maken geluidsopnames van het hart van de moeder en spelen die af.’
‘Het is heel belangrijk dat ouders betrokken zijn’, vertelt Van der Ven. ‘We spreken veel met ouders en patiëntenverenigingen om deze technologie zo goed mogelijk op hun behoeften aan te laten sluiten. Ouders die een te vroeg geboren kind hebben verloren, geven veelal aan gebruik te hebben gemaakt van deze technologie, als die al had bestaan.’
Prognose voor de watercouveuse
Qua planning verwacht het team over vijf jaar met klinisch onderzoek te kunnen starten. De komende jaren worden gebruikt voor de ontwikkeling en validatie van het volledige systeem.
Binnen het project werken biomedical engineers, industrial designers, artsen (kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen, NICU-verpleegkundigen), electrical engineers, software engineers, zorgverzekeraars en ziekenhuizen samen.
Er wordt ook samengewerkt met een medisch simulatiebedrijf voor trainingsprogramma’s voor nieuwe procedures. ‘Via simulatie kan het medische team veel scenario’s vooraf oefenen, onder andere met behulp van een robotbaby.’
Biomedical engineers zijn essentieel omdat zij zowel de technische als de medische kant begrijpen en zo een belangrijke brug kunnen slaan tussen artsen, ingenieurs en andere specialisten. Ze zorgen ervoor dat alle aspecten, van monitoring tot flow en druk, zo goed mogelijk worden geïntegreerd in het systeem.
De komende jaren staan in het teken van integratie en verfijning. ‘Het ontwikkelen van zo’n complex systeem vraagt om samenwerking op alle niveaus,’ zegt Van der Ven. ‘We combineren medische kennis en technologische innovatie om de biologie en techniek steeds beter te begrijpen. Uiteindelijk is ons doel eenvoudig: een betere start van het leven voor de meest kwetsbare baby’s.’
Media contact
Nieuws