‘Ik hoop dat ik eraan heb bijgedragen dat studenten nu met meer plezier rondlopen op de ϸ’
Na ruim 39 jaar ϸ neemt Paul Koenraad, Dean van de Graduate School, afscheid.
Ongebreideld enthousiast. Die twee woorden typeren hoogleraar Halfgeleider Nanofysica en Dean Graduate School Paul Koenraad als geen ander. Of het nu gaat om zijn eigen onderzoek, het onderwijs aan de ϸ, oude topografische kaarten, prehistorische grottekeningen of sterrenkunde: Koenraad deelt zijn fascinaties en kennis erover graag en vol bevlogenheid met anderen. Hij kijkt tevreden terug op een veelzijdige carrière aan de ϸ, en kijkt vol plannen uit naar alles waarvoor hij na zijn emeritaat eindelijk tijd krijgt.
Interview: Sonja Knols
Met zijn pensionering op 31 oktober maakt Paul Koenraad net zijn 40-jarig dienstverband niet vol – op 15 september 2025 was het 39 jaar geleden dat hij hier als promovendus binnenkwam. In die tijd heeft Koenraad de ϸ in al haar facetten gezien: hij klom op tot hoogleraar, fungeerde tien jaar als voorzitter van zijn vakgroep, was vicedecaan van de faculteit Technische Natuurkunde (thans Applied Physics and Science Education), en decaan van de Honors Academy en de Graduate School.
Hij zag de universiteit groeien van een voornamelijk regionaal georiënteerde instelling met zo’n 9.000 studenten tot de internationale organisatie van nu die zo’n 14.000 studenten herbergt uit alle windstreken. En hij was actief betrokken bij de grootschalige onderwijsvernieuwingen die uitmondden in het huidige Bachelor College en de Graduate School.
Van arts naar natuur- en sterrenkunde
Het had niet veel gescheeld of Koenraad was helemaal niet op een universiteit terechtgekomen, en al zeker niet als natuurkundige, vertelt hij met zijn kenmerkende pretogen.
”Ik ben Natuur- en Sterrenkunde gaan studeren in Utrecht toen ik was uitgeloot voor medicijnen. Het idee dat ik arts wilde worden, bleek echter een tijdelijke dwaling, want toen ik na twee weken studie alsnog kon switchen, heb ik dat geen moment overwogen: ik zat helemaal op mijn plek.”
Gevoel versus verstand
Na het behalen van zijn kandidaats, zoals dat toen nog heette, had hij de keuze om verder te gaan in de natuurkunde of in de sterrenkunde. Dat werd een keuze tussen het gevoel en het verstand, vertelt hij.
“Terwijl mijn hart lag bij de sterrenkunde, zag ik de baankansen met die opleiding in die tijd somber in. Voor een academische carrière vond ik mezelf niet slim genoeg”,’ zegt hij met een lach. Koenraad zag zichzelf wel terechtkomen bij het toenmalige Philips Natlab. Dus besloot hij voor natuurkunde te gaan, en alleen nog sterrenkundevakken te volgen voor de leuk, zonder er tentamen in te doen.
“Uiteindelijk was ik al 26 toen ik afstudeerde”, vertelt hij. “In die tijd gold dat je op je dertigste wel zo’n beetje binnen moest zijn in de industrie als je daar nog een carrière wilde opbouwen. Maar eigenlijk lag mijn hart bij de wetenschap.”
“Tijdens mijn masterfase had ik al twee publicaties geschreven en een conferentie bezocht. Dat smaakte naar meer. Ik twijfelde echter over een promotie, want ik was bang dat ik mijn kansen in de industrie zou verspelen als ik niet binnen vier jaar zou promoveren. Mijn vrouw spoorde me aan om dit keer mijn hart te volgen. Dat werd een succes, uiteindelijk ben ik zelfs in drie jaar gepromoveerd.”
Mijn vrouw spoorde me aan dit keer mijn hart te volgen en te gaan promoveren.
Paul Koenraad
Begin chipontwikkeling
Op dat moment, we spreken eind jaren tachtig, werkte Philips aan het zogeheten MEGAchip-project, waarin het bedrijf samen met Siemens en met steun van de overheid een megabit chip wilde bouwen. Daarvoor zijn cleanrooms gebouwd in Nijmegen en Eindhoven.
“Daar wilde ik bij betrokken zijn”, vertelt Koenraad. “Door mijn Utrechtse hoogleraar Rik Zijlstra werd ik gewezen op Joachim Wolter en ik hoorde dat zijn groep in Eindhoven III-V halfgeleidermaterialen (samengesteld uit elementen uit groep 3 en groep 5 van het periodiek systeem, red) ging groeien. Mijn proefschrift ging uiteindelijk over quantum Hall effecten, waar in het jaar daarvoor een Nobelprijs voor was uitgereikt.”
Cruciale stap
Na zijn promotie wist de natuurkundige een KNAW-fellowship te bemachtigen. “In dat kader ben ik een paar maanden naar IBM Research gegaan in de groep van Huub Salemink en Heinrich Rohrer. Die stap is van cruciaal belang geweest voor mijn verdere carrière, omdat ik daar in aanraking kwam met cross-sectionele Scanning Tunneling Microscopie, een uitvinding van de Nobelprijswinnaars Gerd Binnig en Heinrich Rohrer. Ik dacht meteen: Wow, wat kan ik daar allemaal mee bestuderen!”
Uiteindelijk bouwde Koenraad zijn onderzoek en zijn latere groep op rondom deze techniek. “Met de cross-sectionele STM hadden wij een techniek die vrijwel niemand had, ook omdat IBM dit onderzoek vrij snel heeft stopgezet. Wij hebben deze techniek gebruikt om de groei van halfgeleiderstructuren zoals quantum dots en andere nanostructuren in beeld te brengen en individuele doteringsatomen (opzettelijk toegevoegde onzuiverheden om de materiaaleigenschappen te veranderen, red) te bestuderen.”
Spannende ontwikkelingen
Gedurende de bijna vier decennia dat Koenraad actief is geweest in het halfgeleiderveld, heeft hij het radicaal zien veranderen. “In de loop der tijd hebben we steeds meer controle verkregen over het gedrag van quantumsystemen. Mijn collega Erik Bakkers kan inmiddels zelfs zodanig materialen groeien dat ze van een indirecte naar een directe bandkloof gaan, waardoor je bijvoorbeeld silicium-germanium materiaal licht kunt laten uitzenden.” Dit is lang een heilige graal geweest in de halfgeleiderwereld: doordat de inherente materiaaleigenschappen van silicium ervoor zorgen dat het geen licht kan uitzenden, was het bijvoorbeeld onmogelijk om lasers te integreren in elektronische chips die op dit materiaal zijn gebaseerd.
Een andere ontwikkeling die hij met tevredenheid beziet, is de transformatie van het ouderwetse vakgroepmodel met één hoogleraar aan de top, naar het huidige PI-model waarbinnen meerdere hoofdonderzoekers in dezelfde groep samenwerken aan een breder onderzoeksveld.
Het PI-model is voor mij dé manier waarop een wetenschappelijke groep zou moeten werken. Er moet niet maar één hoofdaap op de rots zitten.
Paul Koenraad
“Zelf heb ik dit maatschapsmodel al vroeg in mijn groep geïmplementeerd, omdat dit voor mij dé manier is waarop een wetenschappelijke groep zou moeten werken. Iedereen moet in principe voltijds hoogleraar kunnen worden op basis van de kwaliteit van zijn of haar werk, en er moet niet maar één hoofdaap op de rots zitten. Samen kun je grotere plannen en investeringen oppakken en een stuk onderwijs verzorgen in een bepaald competentiegebied.”
Passie voor onderwijs
Gedurende zijn hele carrière heeft onderwijs Koenraads speciale belangstelling gehad. Al in de jaren negentig experimenteerde hij samen met André Duif aan de faculteit Technische Natuurkunde met ontwerpgericht onderwijs.
“Dat was achteraf gezien Challenge-Based Learning in een embryonaal stadium”, zegt hij lachend. Studenten kregen een open vraag voorgelegd en konden vervolgens zelf een onderzoek opzetten. “Helaas hebben we dat experiment destijds moeten stoppen omdat het te veel beslag legde op onze technici.”
Basis voor het Bachelor College
Zijn inspanningen voor onderwijsvernieuwing bleven ook in de hogere regionen van de universiteit niet onopgemerkt. Dus toen er plannen ontstonden om een minor-major systeem op te zetten, werd Koenraad gevraagd om dat te coördineren. ‘Daarmee legden we in feite de basis voor wat nu het Bachelor College is.’
In diezelfde tijd liep er een landelijk programma om het niveau van het technisch onderwijs te verbeteren. Universiteiten moesten daartoe een Honors Academy opzetten met tenminste honderd geïnteresseerde studenten. Ook dat ging hij trekken, als Dean Honors Academy. “Daar hebben we het idee van Challenge-Based Learning feitelijk verder uitgebouwd.”
Enthousiasme aanwakkeren
Wat hij zo mooi vindt aan Challenge-Based onderwijs? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. “Dat het draait om open problemen die dicht tegen het onderzoek aan kunnen zitten, dat mensen van verschillende achtergronden met elkaar samenwerken, en dat het tot hele verrassende uitkomsten leidt. Maar bovenal: deze vorm van onderwijs leidt tot een dieper begrip bij de studenten, en een groter enthousiasme om nieuwe dingen te leren.”
Challenge-Based Learning leidt tot een dieper begrip bij studenten, en een groter enthousiasme om dingen te leren.
Paul Koenraad
Het is precies dat element van enthousiasme aanwakkeren dat Koenraad ten diepste motiveert. “Ik haal er ontzettend veel lol uit om bij anderen zo’n lampje aan te kunnen steken.”
Met diezelfde missie begon hij acht jaar geleden ook aan zijn laatste nieuwe klus als Dean van ϸ’s Graduate School. “Op een gegeven moment heb je in je onderzoek genoeg mooie publicaties en invited talks gescoord. Ik zocht een nieuwe uitdaging voor mezelf en die vond ik in het nemen van meer bestuurlijke verantwoordelijkheid.”
Graduate School
Ook op die periode kijkt hij met dankbaarheid terug. “Het opstellen van een nieuwe strategie voor de masters was bijvoorbeeld een heel waardevol proces. Daarnaast heb ik ervan genoten om samen met internationale partners EuroTeQ Engineering University op te zetten. Als het gaat om PhD-studenten ben ik blij dat ik veel heb kunnen bijdragen aan de sociale kant, onder andere door het opzetten van een competentieprofiel.”
Maar het meest trots is Koenraad op de ontwikkeling van de EngD-opleidingen. “Het is goed dat we op nationaal niveau meer ruimte hebben gemaakt voor dat type opleiding, en het accreditatiesysteem ervoor hebben gemoderniseerd.”
“Te weinig mensen realiseren zich dat maar liefst een vijfde van al onze afgestudeerden van postmaster-opleidingen een engineering doctorate titel krijgt: we leveren jaarlijks vierhonderd promovendi af, en honderd EngDs. Bedrijven dragen bijna acht miljoen euro bij aan deze opleidingen.”
“Als ϸ staan we voor talentontwikkeling, wetenschapsontwikkeling, en impact en innovatie. Voor die laatste categorie zijn bij een technische universiteit juist de EngDs cruciaal. Mijn stelling is dat de ϸ zonder EngD niet compleet is.”
De ϸ is zonder EngD niet compleet.
Paul Koenraad
Erfenis
Gevraagd naar zijn erfenis, komt het onderwijs als eerste in hem op. ”Ik hoop dat mijn inspanningen eraan hebben bijgedragen dat studenten nu met meer plezier rondlopen op de ϸ, en dat we de postgraduate studenten beter ondersteunen in hun ontwikkeling.”
Want de natuurkundige is een docent in hart en nieren. “Terugkijkend waren de meest coole momenten van mijn carrière als ik een publiek de ogen kon openen over recent onderzoek en kon laten zien hoe iets nou echt werkt.”
Het is ook de reden waarom hij in zijn vrije tijd als voorzitter van de vereniging voor weer- en sterrenkunde Galaxis cursussen sterrenkunde voor beginners geeft. “Ik zou graag ook een cursus voor gevorderden geven. Wellicht krijg ik daar nu eens tijd voor.”
Legio plannen
Afgelopen voorjaar heeft Koenraad voor het eerst met eigen ogen het noorderlicht gezien. “Ik ga dan meteen uitzoeken hoe dat nou eigenlijk komt, en dan blijkt het heel anders te zitten dan lang werd gedacht.”
Na een kort college over hoe een plasma ontstaat dat het magneetveld van de aarde verandert waardoor geladen deeltjes de atmosfeer in worden geschoten, komt hij terug op zijn plannen voor na zijn pensioen.
Terug de collegebanken in
“Misschien dat ik me wel weer inschrijf als student sterrenkunde in Leiden”, droomt hij hardop. ”Maar ik vind ook menselijke historie interessant. Meteen na mijn afscheidsrede reizen mijn vrouw Anne-Marie en ik af naar de Dordogne, waar zij een schildercursus gaat doen en ik grottekeningen ga bekijken. Fas-ci-nerend! Die tekeningen zijn dus 35.000 jaar oud hè. En ze zijn zo levendig, alsof ze gisteren geschilderd zijn.”
Enthousiast verzamelaar
“Oh, en ik verzamel antieke kaarten, van Den Bosch en Brabant. Mijn doel is om vijftig eerste drukken te hebben, ik zit nu op dertig. Maar dat verzamelen heb ik tot nu toe vooral online gedaan. Een paar weken geleden ben ik voor het eerst naar een zogeheten mapfair geweest. Dat wil ik veel vaker gaan doen. Mensen weten daar alles over hoe die kaarten gedrukt werden, hoe men bepaalde hoe je verschillende soorten gebied moest aangeven, hoe de drukkunst werd aangepast, …”
Voor wie het zich nog afvroeg: nee, Paul Koenraad is allesbehalve bang dat hij zich zal gaan vervelen. Maar het dagelijks contact met studenten en collega’s, dat zal hij zeker gaan missen.
Feestelijke afscheidsbijeenkomst voor Paul Koenraad
Het afscheid van Paul Koenraad is op donderdag 30 oktober. Het bestaat uit een feestelijke afscheidsbijeenkomst tussen 13.00-15.00 uur in de Blauwe Zaal van het Auditorium. Iedereen is welkom, aanmelden voor de bijeenkomst wordt gewaardeerd. De registratie hiervoor sluit op 16 oktober.
Om 16.00 uur spreekt Koenraad zijn afscheidsrede met de titel Hora Est uit in de Blauwe Zaal. Ook hiervoor kun je je aanmelden.
Foto: Bart van Overbeeke
Het laatste nieuws