‘Onze obsessie met innovatie dreigt de wetenschap te ondermijnen’
“Vernieuwing is de heilige graal van de wetenschap, maar die drang naar innovatie heeft obsessieve vormen aangenomen.”
De wetenschap wordt gedreven door een niet te stillen honger naar innovatie. Die focus op vernieuwing maakt haar niet sterker, maar juist kwetsbaar, stelt ingenieur-filosoof Krist Vaesen in zijn boek Neomania, How Our Obsession With Innovation is Failing Science, and How to Restore Trust. Vaesen beperkt zich niet tot kritiek, maar schetst ook hoe het anders kan. Begin februari verscheen het boek bij een diamond open access-uitgever. Vrij te lezen, voor iedereen.
Het voelt tegenstrijdig: een universitair hoofddocent Filosofie van Innovatie die waarschuwt tegen te veel innovatiedrang. “Ik ben zeker niet tégen innovatie”, zegt Krist Vaesen, “maar ik ben wel tegen de gedachte dat iets nieuws altijd beter is. We hebben te weinig aandacht voor bevestigen, verdiepen, herhalen.”
Vaesen is de eerste om toe te geven dat ook hij een neomaniak is. Hij stond jarenlang aan de frontlinie van wat hij in zijn boek neomanie noemt: de voortdurende zoektocht naar nieuwheid in de wetenschap.
Burn-out als kantelpunt
Twee jaar lang was Vaesen vrijgesteld van het geven van onderwijs om zich te kunnen wijden aan het binnenhalen van onderzoeksgeld voor zijn groep Philosophy & Ethics.
“Dat deed ik graag en zag het als een compliment dat de faculteit mij daarin ondersteunde. Ik was in die periode continu nieuwe ideeën aan het genereren. Projectvoorstellen, nieuwe invalshoeken, nieuwe samenwerkingen. Dat lijkt creatief en productief, maar het put je uit.”
Het ene na het andere nieuwe idee genereren, had mij helemaal uitgeput.
Ingenieur-filosoof Krist Vaesen
Vaesen belandde in een burn-out. “Ik had niet echt door dat dit een ongezonde manier van werken was. Jezelf af en toe opnieuw uitvinden is leuk, maar als je dat voortdurend doet, verlies je jezelf.”
Tijdens zijn burn-out zocht Vaesen naar oorzaken van zijn depressie. “Ik herkende mezelf ineens in het begrip innovation fatigue. En vond vervolgens ook herkenning bij mijn collega’s. Dat was een kantelpunt. Ik besefte: dit is niet alleen mijn verhaal. Dit is iets structureels.”
Veel kleine eilandjes
Die drang naar steeds weer iets nieuws bleek geen individueel probleem, maar een systeemkenmerk. “Je krijgt een project voor een paar jaar en daarna moet je weer iets totaal nieuws verzinnen. Dat leidt tot fragmentatie: veel kleine eilandjes van onderzoek, zonder samenhangend geheel.”
Hij besloot zijn bevindingen te delen in zijn boek Neomania, dat persoonlijk en analytisch is. Het boek raakt aan grote vragen over hoe de wetenschap is georganiseerd en hoe wetenschappers worden beloond.
Van crisis naar reflectie
De aanleiding voor Neomania is, naast zijn persoonlijke ‘crisis,’ ook de replicatiecrisis in de wetenschap. Die barstte in 2012 uit in de psychologie en kankeronderzoek, maar heeft inmiddels alle mogelijke disciplines bereikt, inclusief ingenieursdisciplines. “Experimenten in baanbrekende studies bleken moeilijk, zo niet onmogelijk, te reproduceren. En zo’n lage reproduceerbaarheid ondermijnt de geloofwaardigheid van de wetenschap ernstig.”
“Het herhalen van onderzoek levert vaak weinig erkenning, geld of publicatiekansen op. Wetenschappers worden beloond voor nieuwe resultaten, niet voor het controleren van bestaand werk.”
“Sindsdien is er veel geschreven over wat er misgaat, maar opvallend weinig over hoe we het anders kunnen doen”, stelt Vaesen.
Open science is noodzakelijk, maar dat alleen is niet voldoende.
Ingenieur-filosoof Krist Vaesen
Een sterkere focus op open science wordt vaak genoemd als oplossing voor de crisis. Data delen, open access publiceren, transparanter werken. “Dat is allemaal noodzakelijk”, zegt Vaesen. “Maar het is niet voldoende. Open science maakt dingen mogelijk, maar het zorgt er niet vanzelf voor dat mensen ook anders gaan werken. Als niemand die open data hergebruikt, schieten we er weinig mee op.”
Volgens Vaesen moeten universiteiten, financiers en tijdschriften ook hergebruik belonen. “Geef credits voor replicaties. Voor het opzetten van grote onderzoeksprogramma’s, waarin ideeën de tijd krijgen om te rijpen. Maak zichtbaar wie wat bijdraagt en waardeer dat ook.”
De wereld van de wetenschap verandert wel, maar traag. De afgelopen tien jaar is er wel degelijk iets veranderd, ziet hij. “Onderzoekers zijn het meer vanzelfsprekend gaan vinden om open access te publiceren, en om data te delen. Dat stemt hoopvol. Ook binnen onze universiteit is er meer aandacht voor het waarderen van werk binnen open science.”
Nieuwheid als doel op zich
In Neomania beschrijft Vaesen hoe nieuwheid is uitgegroeid tot een doel op zich. Publiceren betekent verrassen. Subsidies gaan naar het originele idee. “We zijn innovatie gaan verwarren met vooruitgang. Maar robuuste kennis bouw je niet door steeds opnieuw te beginnen.”
Dat heeft gevolgen. Replicatiestudies zijn moeilijk te publiceren. Generalisaties en herhalingen leveren weinig status op. “In andere sectoren is dat ondenkbaar: auto’s worden honderden keren getest voordat ze de weg op mogen. In de wetenschap doen we vaak één experiment en gaan we verder. Omdat wetenschappers er niet voor worden beloond als ze hetzelfde experiment nog eens herhalen.”
Auto’s worden honderden keren getest voordat ze de weg op mogen. In de wetenschap doen we vaak één experiment en gaan we verder.
Ingenieur-filosoof Krist Vaesen
Volgens hem zit de kern van het probleem in de manier waarop wetenschap is georganiseerd en beloond. “Het gaat niet om slechte bedoelingen. Iedereen probeert het juiste te doen binnen de bestaande prikkels.”
Van eilandjes naar programma’s
Is er dan één oplossing? Nee, zegt Vaesen. “Het is een combinatie van maatregelen.” Een belangrijk element is meer coördinatie. Minder losse projecten en meer gezamenlijke onderzoeksprogramma’s.”
“Om robuuste en betrouwbare kennis te krijgen, moet je een stappenplan doorlopen. Als onderzoeksgemeenschap zou je moeten afspreken wie wat doet binnen dat plan”, zegt hij. “Wie observeert nieuwe fenomenen. Wie repliceert. Wie ontwikkelt theorie. En ook: welke meetinstrumenten gebruiken we. Dat vraagt om standaarden en om afstemming.”
Niet iedereen hoeft alles te doen, dat is juist inefficiënt.
Ingenieur-filosoof Krist Vaesen
Hij ziet dit als een vorm van team science. “Niet iedereen hoeft alles te doen. Dat is juist inefficiënt. Misschien moeten we meer onderzoekers aannemen die goed zijn in coördinatie, of in routinematig werk.”
Gezamenlijke aanvraag
Een voorbeeld komt uit zijn eigen praktijk. Samen met collega’s Daniël Lakens en Sajedeh Rasti en meta-onderzoekers aan andere universiteiten werkte hij aan een gezamenlijke aanvraag. In plaats van twintig kleine voorstellen dienden ze vanuit de meta-community twee gezamenlijke projecten in. “De voorbereiding ging verrassend soepel,” zegt Vaesen. “We hadden goede gesprekken en bereikten snel consensus.”
Leren van andere vakgebieden
In sommige disciplines is die coördinatie al gebruikelijker. Vaesen wijst op de geneeskunde, waar regelmatig consensusconferenties worden georganiseerd. “Dan spreken onderzoekers af welke vragen prioriteit hebben en welke uitkomstmaten belangrijk zijn. Dat helpt enorm.”
Toch blijft het eerder uitzondering dan regel. Zeker in sterk competitieve vakgebieden. “Het vraagt om transuniversitaire en zelfs internationale samenwerking. Ook financiers zoals NWO en wetenschappelijke tijdschriften moeten daarin meebewegen. We moeten op grotere schaal denken.”
Gebrek aan balans
Vaesen pleit ook voor zogeheten registered reports van onderzoeksprogramma's. “Als je een plan uitwerkt voor een groot onderzoeksprogramma, dien je dat in bij een journal en die zegt ‘als je dit gaat doen, gaan wij erover schrijven, ongeacht of de uitkomst positief of negatief is. En ongeacht of het om iets nieuws gaat, of om replicatie.”
Tegen de logica van grote uitgevers
Vaesen is kritisch over commerciële wetenschappelijke uitgevers. “Ze verdienen enorm veel geld, terwijl wij het werk doen. En ze belonen vooral positieve en spectaculaire resultaten.”
Zijn eigen boek verschijnt daarom diamond open access. Hij betaalt niet om te publiceren, de lezer leest gratis. “Dat was voor mij een eyeopener”, zegt hij. “Het kan dus wel.”
Hij beseft dat dat niet voor iedereen een makkelijke keuze is. “Publiceren in prestigieuze bladen zoals Nature helpt je carrière. Maar als je een vaste aanstelling hebt, kun je meer risico nemen. We hebben kritische massa nodig.”
Mijn boek is een uitnodiging om anders te kijken en innovatie weer in dienst te stellen van wat wetenschap zou moeten zijn.
Ingenieur-filosoof Krist Vaesen
Vaesen zit niet stil. Hij werkt momenteel aan een nieuw boek, een praktische gids voor het lezen van wetenschappelijk nieuws, bedoeld voor studenten en het bredere publiek.
“Mensen zijn gedesoriënteerd. Ze horen dat de wetenschap faalt en verliezen vertrouwen. De wetenschap is belangrijk, maar het systeem is aan verbetering toe. Daar wil ik aan bijdragen.”
Van analyse naar hoop
Wat hem hoop geeft, zijn jonge onderzoekers die de wetenschap mee willen en durven verbeteren. “Hun energie is ongelooflijk. Ze willen echt iets veranderen. Dat was in mijn tijd als promovendus minder vanzelfsprekend.”
Neomania is geen afrekening, benadrukt Vaesen. “Het is een uitnodiging. Om anders te kijken. Om innovatie weer in dienst te stellen van wat wetenschap zou moeten zijn: een betrouwbare manier om de wereld te begrijpen.”
Krist Vaesen en meta science
Krist Vaesen is universitair hoofddocent Filosofie van Innovatie bij de faculteit Industrial Engineering & Innovation Sciences. Ook is hij een van de oprichters van META/e, het kenniscentrum dat onderzoek doet naar de kwaliteit en betrouwbaarheid van de wetenschap zélf. META/e richt zich op onderwerpen zoals open science, team science, reproduceerbaarheid van onderzoek en de toepassing van AI in onderzoek.
Foto: Bart van Overbeeke
Geschreven door
Meer over onze strategie